Verduurzamen vergt lokaal een creatieve aanpak en lange adem
Een belangrijke activiteit waar het Parkmanagement Katwijk zich op richt is aandacht voor de lokale duurzaamheidsverplichtingen en -beleidsvormen. Daartoe schreef het bestuur een projectplan Duurzaamheid, werkte aan samenwerkingsvormen met lokale en provinciale overheden, instanties zoals Economie071 en stakeholders als de Rabobank. Het gaat om de verkenning en het opzetten van werkvormen die liefst een collectief karakter kennen, of individuele ondernemers – wel of niet met een aantal nabij gevestigde ondernemers – faciliteert om concrete stappen te zetten. Een recente verkenning vanuit het PMK levert een tussentijds inzicht op huidige mogelijkheden en wensen voor de wat lange termijn. Lees verder
Het is niet de vraag of duurzaamheid de toekomstagenda van ondernemers beïnvloedt, maar het betreft meer vragen over het hoe, het wat en het wanneer. Juist daar deed projectmanager Nico Dijkdrent van het parkmanagement de afgelopen weken onderzoek naar. De tussenbalans van dit onderzoek, deels uitgevoerd door groepen studenten met specifieke deelopdrachten, leert dat ook hier de spreekwoordelijke duiding tussen ‘droom en daad’ geldt. Veel goede ideeën en werkvormen lopen tegen de weerbarstige werkelijkheid op. De problemen bij de energietransitie liggen voornamelijk in de beperkingen die het bestaande netwerk veroorzaakt. Vandaar dat het parkmanagement besloot de focus eveneens te leggen op andere aspecten van duurzaamheid, zoals de mobiliteit, het vergroenen en de circulariteit.
Verkenning
De afgelopen weken werkte Nico Dijkdrent aan een nadere verkenning naar de mogelijkheden voor de vorming van energieclusters op de bedrijventerreinen. Het gaat daarbij om bedrijven die in elkaars nabijheid gehuisvest zijn en gemeenschappelijk de opgewekte duurzame energie benutten, c.q. verdelen. Uit de verkenning kwam naar voren dat de netbeheerders op dit moment slechts deels kunnen voorzien in de behoefte aan de vorming van een energie-hub. Uit het door het PMK verrichte onderzoek blijkt dat er momenteel nog een aantal beperkende randvoorwaarden zijn op het type aansluiting. De vorming van een energie-hub is slechts mogelijk tussen grootverbruiks-aansluitingen. Daarmee is één van de uitgangspunten van het PMK gericht op een meer collectieve aanpak, waar ook kleinere ondernemingen baat bij hebben, op de korte termijn niet haalbaar.
Effect op onze energietransitie
Ondernemers met een kleinverbruiksaansluiting adviseert het PMK om onderzoek te doen naar oplossingen achter de meter. Dat zijn maatwerkoplossingen die per onderneming anders kunnen zijn. Eén van die mogelijkheden is het realiseren van energieopslag achter de energiemeter, waarin de opgewekte energie van zonnepanelen of via wind wordt opgeslagen. Deze opgeslagen energie kan vervolgens ingezet worden voor het productieproces in het bedrijf of om de piekbelasting te reduceren. In sommige gevallen kan worden volstaan met een aansluiting met een lager vermogen.
De aansluitingen met een grootverbruik van 100 KVA tot 2 MVA (de zogenaamde AC 4 en AC5 aansluitingen) kunnen wél deelnemen aan een energie-hub. Hiervoor dient echter een groepstransportovereenkomst te worden gesloten. Wanneer deze contractvorm via de netbeheerder beschikbaar komt en met welke inhoud, is nog onduidelijk. De verwachting is dat begin 2026 hier meer duidelijkheid over is.
Randvoorwaarden
Ondernemingen met grootverbruiksaansluitingen groter dan 2 MVA (AC6 aansluitingen) kunnen alleen een energie-hub vormen met bedrijven die hetzelfde type grootverbruiksaansluiting hebben (AC6). Ook hier gelden dezelfde randvoorwaarden als bij de AC4 en AC5 aansluitingen.
Deze realiteit en de vrij grote autonomie van netbeheerders vraagt om creatieve oplossingen op onze bedrijfsterreinen. Vandaar startte het PMK met een onderzoek naar mogelijkheden om de belasting van het elektriciteitsnet op onze bedrijventerreinen overdag flink te reduceren. Dan kan namelijk over het bestaande netwerk wel energie van andere vormen (zoals een energie-hub) getransporteerd worden. Inmiddels zijn hiervoor door onze projectmanager initiatieven genomen en contacten gelegd met experts en ondernemers, die hierin willen meedenken.
Belangrijk
Voor het bestuur van het PMK is de tussentijdse verkenning door de projectmanager van de (on)mogelijkheden zeer waardevol, omdat het aangeeft dat concrete oplossingen een goede timing vergen en vragen om georganiseerd overleg met grote instanties, zoals de netbeheerders, maar ook kenniscentra die alternatieve oplossingen uitwerken. Vandaar dat het PMK de samenwerking met gemeente en provincie intensiveert en kenniscentra – zoals technische universiteiten – consulteert op zoek naar passende alternatieven voor een (collectieve) aanpak op onze terreinen. Daarnaast wordt gewerkt aan plannen op het gebied van mobiliteit en het vergroenen. Dit naast het inmiddels uitwerken van een lokale circulaire rotonde.
Dat het voorwerk en de aanpak vanuit het PMK aanspreken, blijkt uit de interesse voor onze aanpak bij meerdere gemeenten en ondernemersverenigingen uit de regio. Ook daar wordt de mening gedeeld dat alleen door een gemeenschappelijke aanpak en volharding de barrières geslecht kunnen worden om oplossingen te bereiken, c.q. nieuwe initiatieven te starten.
foto Nico Dijkdrent, projectmanager duurzaamheid PMK