Het onderzoeksbureau Sweco deed op initiatief van het Parkmanagement Katwijk en bekostigd vanuit de provincie een onderzoek naar de haalbaarheid van een warmtenet voor bedrijventerreinen ’t Heen en Klei-Oost. Specifiek is gekeken naar het gebruik van aquathermie van de AWZI gelegen op het bedrijventerrein. Consultant Ir. Franka Houben van Sweco gaf eind maart een toelichting aan bestuursleden van het PMK, een speciaal daartoe uitgenodigd aantal ondernemers vanuit de referentiegroepen en medewerkers energietransitie van de gemeente Katwijk. De conclusie is dat er veel warmtepotentie is, maar dat het aanleggen van een warmtenet voor alleen de bedrijven op ’t Heen en Klei-Oost financieel niet haalbaar is. Voor een haalbaar warmtenet dient daarom verder gekeken te worden dan alleen afnemers op de bedrijventerreinen en is exploitatie op termijn alleen mogelijk middels publieke financiering vooraf.
Het uitrollen van een warmtenet vergt forse investeringen. Daartoe is een publieke financiering gewenst. Om warmte te transporteren is een leidingnet nodig. Warmtenetten zijn o.a. belangrijk om netcongestie tegen te gaan en de toekomstige leveringszekerheid van stroom voor bedrijven te kunnen garanderen. De toekomst vraagt integrale oplossingen voor de energiebehoefte, was de conclusie van het overleg op het kantoor van het PMK aansluitend aan de presentatie van Sweco, inclusief dus het gebruik van een warmtenet. In onze regio zijn naast de mogelijke inzet van lokale aquathermie twee warmtebronnen beschikbaar namelijk aardwarmte (Aardwarmte Rijnland) en restwarmte uit de Rotterdamse haven (Warmtelinq).
Reden
De wetgever bepaalde dat op niet al te lange termijn het gebouw en gebruikersgebonden energieverbruik klimaatneutraal moet zijn. Daarbij komt dat de energievoorziening middels de netwerken sterk onder druk staat. Ondernemers moeten derhalve beslissingen nemen voor de korte en middellange termijn van hun onderneming. Wordt het toch een warmtepomp – ondanks dat dit gebruik van het netwerk vergt – of kiezen we voor investeringen in alternatieven? Moeilijk te beantwoorden vragen als de alternatieven onvoldoende kenbaar zijn. Vandaar dat het PMK, samen met de gemeente Katwijk, werkt aan de verkenning van de alternatieven en vooral denkt vanuit een integrale aanpak: wat is nodig om de energievoorziening naar de toekomst betaalbaar en haalbaar te houden. Daarbij geldt dat de energiekosten voor ondernemers (sterk) oplopen, en de panden gekoppeld zijn aan een label-c (duurzaamheid) vereiste, of anders onverhuurbaar zijn.
Warmtenet
Uit het onderzoek van Sweco blijkt dat er in Nederland nauwelijks functionerende voorbeelden van (kleinschalige) warmtenetten op bedrijventerreinen zijn. Iets wat de provincie Zuid-Holland wil keren door de aldaar gevestigde bedrijventerreinen warmtenet-ready maken. Tegelijkertijd doet TNO onderzoek naar energie-uitwisseling op een aantal bedrijventerreinen in Nederland, met als doelstelling een versnelling van de ontwikkeling van warmtenetten op bedrijventerreinen. Warmtenetten kunnen bijvoorbeeld gecombineerd worden met warmte-koude-opslag (energie van een gebouw in de bodem opgeslagen). Dat vergt echter goed geïsoleerde gebouwen en werkruimten. Voordeel van een warmtenet in relatie tot energieopslag in de bodem is dat het systeem bij (extreme) hitte ook koelend werkt. Bij een toename van de kans op hittestress een duidelijk pluspunt. Belangrijk blijft echter dat de invoering van een systeem met warmtenet beduidend minder stroomcapaciteit vraagt. Dat is belangrijk voor het tegengaan van netcongestie, die zeker nog decennia geldt. Vandaar de aanbeveling van Sweco om ook in Katwijk de kansen van een warmtenet te verkennen en aangesloten te blijven bij regionale initiatieven. Het bepalen van een richting geeft ondernemers ook meer zekerheid, vindt het PMK. Als een alternatief – warmtenet – haalbaar en betaalbaar is voor de gebruiker, ontstaat er enerzijds vraag en investeert de ondernemer niet in netwerk-belastende oplossingen, zoals warmtepompen.
Katwijk
Uit de discussie na de presentatie bleek dat de gemeente Katwijk de haalbaarheid van collectieve warmte blijft onderzoeken en derhalve ook aangehaakt blijft op regionale ontwikkelingen:
– Momenteel vindt er een haalbaarheidsstudie collectieve warmte plaats, waarbij de technische, financiële en maatschappelijke haalbaarheid wordt onderzocht. Het onderzoek focust zich op de bestaande woningen in de verkenningsbuurten collectieve warmte uit de warmtevisie die de gemeenteraad in 2021 heeft vastgesteld. Het bedrijventerrein wordt hierbij ook meegenomen. De verwachting is dat het haalbaarheidsonderzoek eind oktober is afgerond.
– De gemeente is aangehaakt op het project Aardwarmte Rijnland. Volgens planning worden de eerste gebouwen verwarmd in 2028. Of, hoe en wanneer de gebouwen in Katwijk worden aangesloten op een warmtenet met aardwarmte als bron, wordt nog onderzocht. De gemeente hoopt daarom dat Aardwarmte Rijnland en het Parkmanagement in de loop van 2025 een concreter beeld ontwikkelen van de mogelijkheden om bedrijven aan te sluiten op een door aardwarmte gevoed warmtenet. Dit veronderstelt dat de vraagontwikkeling wordt geconcretiseerd c.q. dat voor elk bedrijf op ’t Heen/Klei Oost in kaart wordt gebracht hoeveel (aard)warmte zij wanneer en onder welke voorwaarden willen afnemen.
– In de toekomst dient warmte geleverd te worden door bedrijven met een publiek meerderheidsbelang. Momenteel werkt de gemeente samen met vijf andere gemeentes aan een Open Regionaal Energie Systeem en een uitvoeringsorgaan voor de exploitatie van dat systeem. Dit heet het programma Warmte Leidse Regio (WLR).
– Eind 2026 dient het Warmteprogramma te zijn vastgesteld. Het Warmteprogramma is de opvolger van de Warmtevisie 2022-2026. Het Warmteprogramma is de routekaart naar een aardgasvrije gemeente in 2050. Bedrijventerreinen krijgen ook een plek in dit Warmteprogramma.